Orfee's profileLa Flamenca au SenegalPhotosBlogListsMore Tools Help

La Flamenca au Senegal

afdrukken uit een Afrikaans avontuur
March 14

Toubab Dialao, een klein paradijs onder Dakar

 

De drukke, vuile hoofdstad achter ons gelaten

wordt een onzichtbaar deken van hitte over de taxi gelegd.

Teruggeworpen in de aftandse autostoel vol veren

zwijgen we

terwijl apebroodbomen ons in het voorbijgaan inert toezwaaien,

zweten we

terwijl onze snelle vaart de tred compenseert van de wandelende lange vrouw en man in waaiende gewaden

 

het wederzijdse bestaan wordt in een ogen-blik bestendigd

en doet ons even zwerven in elkaars gedachten

 

Dan rijden we de hoofdweg af:

de stille, stoffige weg doet ‘anders’ vermoeden

en een sterk verlangen naar rust zindert in de lucht.

 

In Sobobadé vertelt de wind vrolijke verhalen

de aanstormende zee kan haar enthousiasme niet verbergen

de veelkleurige stenen in het dorp kijken niet vreemd op, voor hen is rust en kunst dagelijkse kost 

de golven rollen en bulderen elke gedachte tot ze in het niets vergaat

de schelp herbergt verre en oude geheimen

zij is de moeder die het universum koestert

 

Graag wil ik hier genietend sterven in het moment, denkt ze.

terwijl zengt de zon haar ongenadig in slaap

piepend ontwaart het kleine monstertje de lichtheid van het bestaan.


March 07

toubab

een berichtje van toubab Orfee, 'de witte vrouw'
-nooit gedacht die titel toegedicht te krijgen,
ik voel me helemaal niet wit-

Bij aankomst was het eerste halfuur op senegalese bodem in het piepkleine luchthaventje redelijk typerend, er eentje van wachten aan de paspoortcontrole... Het kon me dat helemaal niet deren, maar verschillende mensen hun haren waren gekruld van ongeduld.
Eigenlijk wil ik geen typering gebruiken... het spijt me als ik er in verval, maar het is normaal dat je altijd toetst aan datgene wat je op voorhand verwachtte of je inbeeldde.
Het concept Afrikaanse tijd is trouwens een heerlijk feit, omdat je autonoom beslist over je tijd en er zelfs niet over hoeft te beslissen als je daar geen zin in hebt. Naast tijd nemen, kan je ook een beetje, rusten, wachten, je vervelen, je kiest maar... Zoals je merkt, bevalt me dit wel. Het is niet moeilijk om te ontspannen in dit paradijs van tijd  ;-) (veel tijd is niet steeds een evidentie)

Hier volgt een klein beeld, een afdruk van mijn indrukken hier: ik ben deze ochtend vroeg met Mor, de senegalese man van mijn vriendin vis gaan kopen, rechtstreeks waar de boten aankomen.
Een heel avontuur door de drukte van wel honderd mensen in alle maten, soorten en gewichten (lees zwaar-) op het strand...
daartussen manoevreren zich tientallen houten karren getrokken door een paard, zwoegend in het zand.
ook moet je opletten voor mensen met lekkende bakken vol vis op hun hoofd balancerend die je omverlopen, terwijl je langzaam aan naar vis begint te ruiken.
De zee was wild vandaag en daardoor was het moment waarop één van de boten aankomt een extra belevenis. Stel je voor dat tien mensen het wilde water in rennen, de boot zijdelings aan komt gevaren -misschien is gestuwd hier het correctere woord- en iedereen als mieren (van de zee) haastig en door elkaar de vissen aan land brengt en de boot weer de zee in drijft. Onafgebroken landen de boten 'les pirogues' om zo snel mogelijk weer de vele vissen op te jagen.

Deze eerste dagen ben ik wandelend, telkens met Mor, al een hoop dingen tegengekomen. Mensen kijken... en kinderen steken hun hand uit, zodat je ze schudt. Ik kijk ook veel, maar door mijn stilte en terughoudendheid houden ze zich afwachtend. En diegenen aan wie ik word voorgesteld, spreken me aan maar houden zich in als ze merken ik geen Wolof praat en hun Frans (nog) niet goed versta. Ik denk dat dat een uitstekende bescherming is tegen opdringerigheid, doen alsof je ze niet verstaat. Voor diegenen die het vreemd vinden dat ik dit vertel, ik heb geen zin in een reis vol opdringerige mensen, want dat staat haaks op ontspannen. Daarenboven staat Senegal garant voor een constant aanspreken, voornamelijk om dingen te verkopen, en dat geldt nog meer als je als vrouw alleen op stap bent. 

De komende dagen gaan Charlotte en ik ontspannen op een tropisch plekje dat zweeft in een gaudi-achtige en artistieke sfeer... Sounds nice! 

Later meer lekkers   :-)



June 11

armoede heeft teveel gezichten! door Tim

na vier maanden in de jungle, is het een aardverschuivende oorverdovende schok om terug in de metropool la paz terecht te komen.

het kleurrijke kwetterende junglestadje rurrenabaque, dat zich wellustig ontrolt aan de boezem van de rio beni, is in al haar aspecten het compleet tegenovergestelde van deze pantagrueleske grijze grootstad, gelegen in een reusachtige apokalyptische krater.
 
met gevaar voor veralgemening en vereenvoudiging, durf ik te beweren dat het dagelijkse leven in de jungle eenvoudiger is dan dat in het hooggebergte. De meest voor de hand liggende reden is natuurlijk de klimatologische omstandigheden. het klimaat is minder extreem en beter geschikt voor landbouw en teelten allerhande. zelfs de armste grondlozen kunnen zich op een wandeling in het regenwoud te goed doen aan de overdadige aanwezigheid van sappige vruchten die vrijelijk aan boom en struik groeien. god heeft de mens nog niet uit deze paradijselijke tuin verbannen, terwijl het eten van de verboden vrucht slechts de minst minieme zonde is op onze ellenlange kerfstok.
 
voor sommigen is het leven benijdenswaardig fascinerend eenvoudig. doña rosita zit dag in dag uit, in weer en wind, op dezelfde plaats en verkoopt ‘mokochinchi’, een bizar drankje op basis van ingelegde perzik. het is een kranig, gebogen en verrimpeld toverkolletje, rad van tong, met een verbazingwekkend verleden en een bewonderenswaardig gevoel voor humor. om stipt half vier 's namiddags verhuist ze haar tafel met vreemde ingredienten naar de kalmerende zonnezijde. elke dag zit ze als vastgeroest op haar vertrouwde plaats en slaat het leven gade. het lijkt alsof ze er geen deel meer van uitmaakt en louter toeschouwer geworden is, een deel van het decor, uitgehouwen in de ruwe muur waartegen ze leunt, onweeglijk als een roestende sfinx, verglijdend in de eindeloze woestijn. haar ogen nemen waar zonder waar te nemen. het lijkt me alsof ze haar vreugde en rust gevonden heeft door zich schoorvoets terug te trekken uit het turbulente leven. ze heeft het leven naar haar hand getemd.
 
in het hooggebergte daarentegen is 1 vermaledijde aardappel het resultaat van maanden en maanden noeste arbeid in de bikkelharde grond, blootgesteld aan verzengende hitte overdag en mensonterende vrieskou 's nachts. velen zullen nooit van enig onderwijs genieten, eenvoudigweg omdat de strijd om overleven nog te hevig verderwoedt, en de primaire behoeften nu eenmaal overheersen. een intellectuele revolutie kan men niet ontketenen op een lege maag... kinderen worden samen met het schaarse schrale uitgemergelde vee opgevoed, hoeden week in week uit hun grazende viervoetige kameraden. het is een ruwe rauwe realiteit. dromen en idealen verdorren, het heden is de toekomst, overvloed is onbestaand. desalniettemin lijden de volkeren van het gebergte zelden aan extreme ontbering, omdat het trotse familiegevoel de steunpilaar vormt van hun samenleving. zelfs Niets wordt gedeeld.

In het etterende hart van de troebele grootstad is de armoede echter veel schrijnender en prominenter aanwezig. aan een gevoelige ziel gaan deze menselijke wreedheden niet onopgemerkt en traanloos (traandroog?) voorbij. oude verdorde vrouwtjes torsen naast het gewicht van hun tientallen rokken eveneens generatielange armoede, honger en kou mee. hun breedgerande beschimmelde hoeden liggen uitdagend in hun schoot, wachtend op de vrijgevige hand van een achteloze voorbijganger. want vaak voelt men zich verplicht een vaal blinkende aalmoes te geven,jammer genoeg niet uit edelmoedigheid maar veeleer uit een aangeboren inhoudsloos schuldgevoel. De droeve gezichten van de bedelaars weerspiegelen onverschilligheid, gelatenheid, verslagenheid. ze zien geen uitweg meer en hun vurige strijdlust is levens geleden reeds doodgemarteld. hun door de straat en door de zon gelooide gelaat is een epos op zichzelf, althans voor degenen die het zich verwaardigen te lezen. onvoorstelbare geschiedenissen zijn diep uitgekerfd en gegroefd in hun wegterende lichaam,de enige overblijvende getuige van lang vergane glorie. Als eeuwige standbeelden staan ze roerloos op elke straathoek en wenen in stilte stenen tranen. soms schittert in de glazige ogen van een oude grijsaard nog de koppige weerstand die hij ooit gevoeld heeft tegenover zijn huidige bestaan, gemengd met een grauwe woekerende kilte. de nacht is reeds lang over hun levens gevallen. en niemand doet een poging hen uit de modderige goot te tillen. ze bestaan niet meer, hebben opgehouden te leven, zijn verworden tot excuses voor zichzelf en niet meer dan een doorn in het oog. ze vertoeven in een troebele tussenwereld en bewegen zich als glibberige schaduwen tussen de ambitieuze stedelingen die in een blinde roes achter het westen aanrennen, die onbewogen en met niets ziende ogen onbegrijpend hun eigen verstoten schepping en verschoppelingen aanstaren.

de samentroepende straatkinderen hebben nooit een jeugd gekend. vaak zijn ze met geweld van de dorre moederborst gehaald en aan hun lot overgelaten, vertrouwend dat de stad zich wel van hen zou ontdoen. slechts de meest spartaanse sterksten onder hen weten de eerste jaren te overleven, onderhevig aan de meedogenloze wet van de straat. uitgemergeld, met holle ogen smeken ze om een aalmoes, de meer fortuinlijken onder hen poetsen gemaskerd besmeurde schoenen. slechts enkelingen zullen zich door *herculanese* (herculische) wilskracht weten te verheffen uit de modderige goot en strijden onversaagd en niet aflatend met hun grimmig in de betraande ooghoek opdoemend lot voor een betere bestemming. anderen verdrinken smartelijk en spartelend in de uitzichtloze overweldigende oceaan der armoede.

sommigen zijn sterk, ijzersterk en onplooibaar. deze zeldzamen hebben het ruwe straatleven uit vrije wil tot een kunst verheven en weten zich op mirakuleuze wijze te handhaven in dit aardse urbane vagevuur. ze fungeren als vloeibare hoofdrolspelers in het barre straattoneel.

hoopvolle vrouwtjes met glimmende vlechten en smerige lompen die ooit fleurige rokken waren, zitten smekend op de kille straatstenen en bewaken krampachtig een roestige emmer gevuld met frisdrank, hun enige, zoete bron van inkomsten.

een oude blinde man met door het leven gebogen rug zit op een kreunend plooistoeltje in het midden van de drukste winkelstraat en speelt trompet. zijn ooit maagdelijk witte stok ligt bewegingsloos aandachtig luisterend naast hem. hij ziet in klanken en blaast met verkleumde vingers zijn wereld in werkelijkheid. de schelle tonen, doorweekt met druipende melancholie en bodemloze saudade, zweven trillend en soms wanhopig, bijna verontschuldigend voort. hij is verworden tot zijn trompet. een stilstaand beeld in de voortspoelende massa.  

een stokoude grijsaard met krakende krukken en een stekelige stoppelbaard bewaakt al jarenlang de onvermijdelijke ingang tot de met kleurrijke vruchten uitpuilende overdekte markt. zijn  uitgerafelde okeren kostuumvest en voorname houding verlenen hem de allure van een ontvlambare charismatische incognito edelman uit een ander tijdperk. statig bekleedt hij zijn unieke positie van zonderling in de anonieme massa. zijn guitige blik is bodemloos, vlijmscherp en zwijgend allesvertellend, alwetend. zijn blinkende vrijpostige ogen zijn naar binnen gericht, op de innerlijke wereld der herinneringen en verbeelding die hem betekenis geeft en op de been houdt. de man wekt medelijden noch schaamte op, hij houdt ons daarentegen een nimmer liegende spiegel voor. hij is de klankloze heraut van een uitdijende wereld aan ongekende mogelijkheden(?). opnieuw een beeld, een geschiedenis die op zichzelf bestaat...

in dit bombastische veelkoppige koor verstommen veel wanhopige hulpkreten tot een krachteloos en nooit aanhoord gemurmel.

May 04

Candombe de Buenos Aires, door Tim

candombe candombe negro, candombe de buenos aires.....

de hobbelige straten van de oude stadswijk San Telmo zijn geplaveid met het bloed, zweet en tranen van de vroegere zwarte slaven. heden ten dage vieren ze hun nooit vergane glorie en eeuwenoude o zo diep gewortelde waarden samen met de volkeren die hen als slaven ronselden. hun ontembare trots werd echter nooit aan rinkelende kettingen gelegd, hun manhaftige moed nimmer gekooid.
in dans en muziek herrijzen ze statig uit hun fonkelende as. wanneer het uur tussen hond en wolf omzichtig naderbij sluipt, weerklinken de eerste kletterende trommelslagen door de smalle steegjes. dwingend roepen ze op tot het nakende feest. bij toverslag treden tientallen en tientallen reusachtige tambores uit de schaduwen naar voren en als wulpse lichtekooien vlijen ze zich neder bij een knapperend vuurtje totdat hun gekastijde huiden voldoende opgespannen zijn. als strijdlustige op bloed beluste krijgers, sidderend, bevend, hopend op de komende veldslag, wachten ze ongeduldig tot het teken tot aanvallen gegeven wordt.
dan verschijnt een kolossale zwarte man, deus ex machina, ten tonele, met ziedende ogen, groots in gebaren, statig in voorkomen. rustig gespt hij een enorme tambor om zijn lendenen terwijl alle rumoer verstomt. een binnensmonds gebed sterft prevelend uit op zijn lippen. in een memorabel gebaar heft hij een reuzenhand ten hemel en laat ze donderend meedogenloos nederdalen op zijn trommel.
het startsein is gegeven... onder aanzwellend tromgeroffel wordt het vaandel plechtig ontrold en trots hoog gehouden. de ritmische storm barst los, schuifeldend zet de donderende processie zich in beweging voorafgegaan door stampvoetende dansers en uitdagende danseressen..
als een onheilspellend wiegend galjoen van de nacht, bemand door de in nevels gehulde geesten van hun  afgestorven voorouders, beladen met honderden rokende kanonnen met stinkende buskruit adem, zwalpt het gestadig en genadeloos door de onschuldige steegjes van de wijk. de zwarte goliath staat onverwoestbaar aan het roer, bespeelt als een virtuoze dirigent zijn onmetelijke nachtelijke orkest.
hij is de onbetwiste heerser van dit schimmenrijk.
de eindeloze cadans beroert allen tot op ongekende diepten en weergalmt in vergeten catacomben. daar wordt een sluimerend oerwezen, een verborgen draak gewekt uit een schijnbaar eindeloze slaap. langzaam brengen de opzwepende klanken iedereen in vervoering, zelfs de verrimpelde grijsaard met gouden tand en slangenwandelstok waagt aarzelend bevend een vermetel danspasje, hetgeen hem doet terug reizen naar zijn triomfantelijke jeugd.want de ontwakende draak kent leeftijd noch tijd...
de ruwe schaduwen veroorzaakt door het schuchtere licht van aarzelende straatlantaarns verstrengelen zich in een wilde wellustige en ja heilige dans.. op magische hoogtepunten vergeten alle betrokkenen hun fragiele lichaam en dansen met onstuimig  rollende ogen waarvan enkel het maagdelijke wit nog te zien is. ze dansen voor hun geliefde en gevreesde goden, voor hun dierbaar afgestorven voorouders, ze dansen op de sprankelende muziek van het universum.

heel eventjes gaan ze naar huis.. heel eventjes zijn ze vrij....

April 22

Het heet jungleverhaal

Al vele keren ben ik aan een verhaal over de jungle begonnen en het blijkt niet gemakkelijk. Ik kwam altijd vast te zitten na de eerste zin: ‘De jungle is ondoordringbaar (en) veel ...’ Misschien was het moeilijk voor me om te wennen, als kind van de stad. Ik zou nog steeds zeggen dat ik niet gewend ben...  

Dit is dus een nieuw briefje met nieuws over het leven in de jungle. Het is al lang geleden dat ik schreef... Ik zal jullie vertellen over het effect van de jungle en over wat we hier nu precies doen. Of nee, ik zal jullie het proberen laten voelen hoe wij ons voelen.  

Stel je voor dat je ‘s morgens vroeg de wind in je haren voelt als je met een lange, smalle boot langs de groene wanden naar het dorpje wordt gevaren, een andere realiteit binnen. Van de dichtbegroeide jungle met een idyllische rust maar tegelijkertijd ook vol onbekende geluiden naar een plat, stoffig dorpje waar de moto’s langs je oren zoeven. Stel je ook voor dat je terwijl je aan de computer werkt, nat bent van het druipende zweet, die als een constante laag op je voorhoofd en borst ligt, alsof je op de warmst mogelijke plek ter wereld zit.

Rurrenabaque is een dorp dat je enkel in boeken denkt tegen te komen. Hier volgt een opsomming van enkele van zijn meest kermerkende karakteristieken: superheet en stoffig; schaarsgeklede traag voorbij sloffende mensen, die niet opkijken; vele moto’s, bijna geen auto’s; de straten in een raster van vierkanten, ongeveer zeven straten ver en zeven straten breed, echt een dorp, maar in de vorm van een stadje; straten geplaveid met uitstekende ronde of puntige keien die steeds door je schoenen voelbaar zijn; met vele winkels waar goedkope waren uit Brazilië buitenhangen; met als grenzen enerzijds een redelijke brede rivier met busboot naar het dorp aan de overkant  en anderzijds de aangrenzende bergketen als een groene muur. Soms doet het me denken aan Maconda, het jungledorp uit ‘100 jaar eenzaamheid’ of aan het dorp in de Kongojungle uit ‘Heart of Darkness’, alias ‘Apocalypse Now’, waarvan ik de naam niet meer weet. Allemaal hebben ze het kenmerk van ingesloten en op zichzelf te bestaan.

Rurrenabaque is helemaal ingespeeld op handel en/of smokkel en toerisme. De hoofdreden waarom dit dorp op zeeniveau in het hart van de jungle voor mij zo vreemd aanvoelt, is omdat het geen eigen karakter heeft en dat zorgt voor een vreemde atmosfeer. Of misschien is dat net zijn karakter. Ik ben hier nog geen cultureel centrum, traditionele dansen of iets anders typisch tegengekomen. Alles lijkt gekopieerd. Een reden voor de niet-eigenheid is dat alle inwoners eigenlijk ergens anders vandaan komen, stroomop- of –afwaarts – soms tot acht uur varen ver-. Ze komen naar het dorp om te handelen, om inkopen te doen en hebben vaak een huis in Rurrenabaque maar voelen er zich niet thuis. De andere bezoekers zijn toeristen – in grote getalen-, ongeveer 15000 op jaarbasia in een dorp van 21000 inwoners. Het grootste deel van deze toeristen komt uit Israel, ongeveer de moeilijkste toeristen ter wereld, omdat ze overal in groep gaan onderhandelen over prijzen die eigenlijk vast liggen. In dit stadje zijn er als ontspanning hoerenkoten, karaokebars (of vaak beiden tegelijk), zwembaden en leuke bars. Deze serveren een groot aanbod aan cocktails, goeie muziek en soms kamertjes, waar je privé een dvd kan bekijken.

Ook de omgeving van Rurrenabaque heeft vreemde eigenschappen. Zo zijn er vele kolonietjes of afgelegen en zeer eigen gemeenschapjes. Eén ervan is een Quakerachtig geklede groep blanken, waar van je er af en toe één tegenkomt in Rurre om handel te komen drijven. De kinderen hebben superblonde jommekens-coupes, zoals mijn broer vroeger had. Deze Menonieten, een religieuze sekteachtige groep leeft zo veel mogelijk afgescheiden van de buitenwereld. Er zijn ook indianengemeenchappen die zo afgezonderd leven. Men zegt dat er in Madidi National Park nog een groep half nomadische indianen leeft die andere mensen schuwen. Ze jagen voor hun eten en gaan schaarsgekleed. Helemaal afgezonderd en onwetend van de moderne realiteit zoals wij ze kennen. Of zoals de Menonieten met opzet afgezonderd van diezelfde realiteit.

‘Imagine’ dat je in deze context ’s ochtends vroeg van de jungle, met vooral veel, naar de realiteit van een vreemd handelsdorp vaart om daar in een kantoortje te gaan werken. Nu vraag je je zeker af wat Tim en ik doen in dat kantoortje. Maar daar ga ik je nog even in spanning houden...

Eerst wil ik je immers nog vertellen ove de verzengende hitte. Heb je al ooit ‘het heel erg warm’ gehad?  Voel zoals toen het zweet stromen en daarna plakken over je hele lichaam... Er is geen ontsnappen aan, aan de hitte. Het is en blijft heet, wat je ook doet. Als je met je vinger over je plakkende arm gaat, lijkt je huid vuil, want er komt een gomselachtig materie mee (Marie heeft aan dit fenomeen zo mooi de naam ‘rolvuiltjes’ gegeven). Dus stel je voor dat het warm is, heel warm, je zweet veel, warm is het, zweet in je haar en het kriebelt, je voelt je vuil en het is steeds plakkend warm. (Ik hoop dat het je lukt dit in te beelden, misschien van een vroegere reis. Nee, ik wil dat je het voelt) 

Ewel, zo’n verzengende warmte is ook deel van de dagelijkse realiteit en atmosfeer hier. En dat is vaak leuk, weinig kleren aan. En soms minder, want je stinkt of je hebt zweetbrand. Dit is de omgevende realiteit waarin wij werken en ik kan je verzekeren dat het niet zo evident is om te werken in dit soort hitte. Compleet verschillend van mijn vorige verhaal, he, contasterende omgeving  met de Andes, vind je niet?

Eindelijk ga ik je inwijden over onze activiteiten. Tim en ik zijn nu ongeveer twee weken aan het werk in een reisbureautje of touroperator. We doen eigen alles in dit kantoor. We geven uitleg aan toeristen en verkopen. We maken de boekhouding en rapporteren aan de baas in La Paz. We organiseren een tour in Amerika en ceremonies hier. We helpen dit beginnende bedrijf om een aantrekkelijk concept uit te denken, zodat ze bekender worden. Daarnaast lossen we ook problemen op, zoals met het naburige ecotoeristisch dorp. Door het vertrek van de manager en de secretaresse, leiden we nu het personeel en lossen interne problemen op, want de communicatie was vroeger niet altijd even goed en de gidsen bijvoorbeeld zijn soms kieskeurig in hun werk, dus hebben we functiebeschrijvingen gemaakt. Verder voeren we ook gesprekken met het personeel, zodat iedereen zij zegje kan doen over wat beter kan en evalueren en  organiseren personeelsvergaderingen. Het loopt hier immers al een tijdje vierkant door stuurloosheid, onwil, arrogantie en andere... Tim en ik leiden dus eigenlijk een business! Het is best wel grappig dat ze ons af en toe komen vragen of we de eigenaars zijn. We leiden dus een kantoor in een junglestadje in een hitte van jewelste (in België moet je bij deze temperaturen niet meer werken)– en het is niet zo dat je daaraan went-.

De laatste dagen waren nog drukker en zweteriger dan de vorige, want we kregen bezoek van belangrijke mensen uit de Nederlandse ambassade. Deze gasten, niet veel ouder dan ons, komen uit de stad en zijn nog niet gewoon om met het donker op stok te gaan, zoals de inwoners van de jungle -en wij-. ‘s Avonds hebben we dan ook veel zitten babbelen. Was een beetje moe van al dat mensen entertainen. Het is wel vaker zo dat er mensen naar de Jungle Lodge komen, waar wij slapen en dan vraag je ze wat ze ervan vonden en hoe het met ze is. Ze vinden deze persoonlijk aanpak erg leuk. ’s Ochtends help ik ook vaak de kokkin, die heerlijke ontbijten maakt met fruitsla en pannekoekjes... We worden erg verwend op dat vlak.

Na het werk in de snoeihete dag varen we ‘s avonds terug en helpen met koken. Na een verfrissende douche gaan we dan met het duister worden nog een beetje lezen. Onze dag is dus goed gevuld en wordt moe afgesloten, omringd door geluiden van de rivier, gigantische kikkers en miljoenen krekels.

Groetjes uit de jungle bij het vallen van de nacht!

 

February 23

Over extreme natuur-lijkheden en andere wonderbaarlijke verschijningen

Op deze hoogte, La Paz ligt op 3750 meter, moet je altijd even wennen. Hoe dat voelt? Zeer ijl in je hoofd, bijvoorbeeld op de busreis van Santa Cruz, werd ik superduizelig wakker, alles draaide en mijn hoofd voelde alsof het tien meter naar boven was uitgerokken. Ik moest naar de toilet, maar ik kon niet want had geen evenwicht meer, ging vallen. Je voelt je ultralicht in het hoofd, maar je lichaam is loodzwaar. Je kan met moeite een stap verzetten, want je spieren willen niet mee… Zeer traag kruip je tegen de steile wanden (straten) van La Paz naar boven, met een bonkend hoofd, want je hebt een tekort aan zuurstof (of dan toch het gevoel). La Paz ligt in een immense krater, waardoor je altijd stijgt of daalt. Vrees niet. niet iedereen heeft het zo zwaar. Toch voelt iedereen wel dat ie meer energie verbruikt in primaire dingen als ademen, slapen, eten,… Velen slapen niet goed door zuurstoftekort. ik slaap als een blok omdat ik zo moe ben van de hoogte. Ik heb ook een constante honger doordat je hier meer energie verbruikt. Tot zover de fysiologische verschijnselen van de hoogte.

 

De natuurverschijnselen op deze hoogte zijn wonderbaarlijk. De lucht bijvoorbeeld veranderd op een uur van stralende zon naar een dreigende storm. Je weet dus nooit wat je zal krijgen op een dag. De wolken vliegen als in fastforward voorbij (dat is misschien een klein beetje overdreven, maar ze gaan wel snel) Er is veel wind natuurlijk, op deze hoogte zie je niemand in korte broek of rok, want het is hier zeer koud in de schaduw en nog veel kouder s nachts. In de zon is het lekker warm. Ik hou ervan als ze uit zit. Maar je moet wel oppassen met je ogen en je huid, want de UV-stralen zijn hier veel sterker, doordat de zuurstofmoleculen ze niet tegenhouden… Altijd goed smeren en een zonnebril opzetten. De zon is ook de reden waarom al die Bolivianen uit de hoogte een -typische- hoed opzetten. Ik heb –voorlopig?- geen hoed, want ik draag dat eigenlijk niet.

 

Over de landschappen kan je boeken blijven schrijven, zo adembenemend is het. Alle soorten landschappen vind je hier: veel besneeuwde toppen, maar ook bruine geërodeerde onbeklimbare hoge rotsen. De vele uitgedoofde vulkanen leven voort in geishers en warmwaterbronnen, bijvoorbeeld in Sajama National Park.

 

De natuur is eveneens extreem op deze hoogte: er is zeer weinig vegetatie op deze hoogte, ook zeer weinig insecten en vogels. Weinig vee, want weinig vegetatie… alle dieren zijn hier mager. De bevolking is er redelijk machteloos tegenover. Ze moeten het aanvaarden en als het vier dagen non-stop regent, dan kunnen ze niet werken en dan hebben ze waarschijnlijk ook niets te eten. Het is in niets te vergelijken met het Westen doordat ze onderhevig zijn aan de natuur.

 

In de hoofdstad is het natuurlijk nog iets beter dan op het platteland in de Andes, want daar wonen ze ver van elkaar verwijderd. Om een beeld te geven van de bevolkingsdichtheid: Bolivia telt een bevolking van 8 miljoen mensen op een oppervlakte van 33 keer België. Eén miljoen woont in de hoofdstad en het aangrenzende El Alto (bovenaan de krater op de hoogvlakte). Nog één miljoen woont in de Andes (op de hoogte) en de rest woont op de vlakte/pampas of in het immense regenwoud, dat bijna de helft van Bolivia inneemt.

 

De mooiste en luidrustigste tegelijkertijd stilste plaats ter wereld is de Zoutwoestijn van Uyuni. Het was 10000 jaar geleden de hoogste zee ter wereld. Op onze vorige reis naar hier hebben we deze onmetelijke woestijn van wit bezocht en ik heb er dus al over vertelt. Binnenkort toont de Belgische televisie weer een nieuwe Peking Express en ze gaan naar Brazilië en Bolivië, dus je moet zeker kijken als je wil zien wat ik zie….!

 

Andere wonderbaarlijke verschijningen zijn wolken in de mooiste vormen, volgepakte lama’s die je aankijken alsof je van een andere planeet komt, de vragende ogen in vuile ruwe gezichtjes van de Boliviaanse kinderen, een onzichtbaar geestenrijk, dat zeer levendig aanwezig is… het mooie respect voor de aarde en de natuur en wat ze ons geeft…

 

Prachtig en tegelijkertijd aangrijpend, pijnlijk soms!

 

February 07

Feestje Welkom to Boliworld

Korte bespreking bij de fotos.
 
Voor wie er niet was: ons afscheidsfeestje ging door op 28 december in de White Cat in het patershol in Gent. Het was supergezellig, je hebt iets gemist...
 
Vertegenwoordigd: familie en dichte vrienden. Merci om te komen en het feest op te fleuren! Ook bedankt als je hebt proberen komen.
 
Speciale act: Marie, Daisy, Francisco en Kathleen hebben op de melodie van Bella Ciao (een partizanenlied uit Italië, ook wel gekend van Rocco Granata) een eigen tekst over Tim en mij gezet. Francisco begeleidde met gitaar en Kathleen op accordeon.
 
De tekst gaat als volgt:
 
Toen ik vanmorgen verward ontwaakte
O bella ciao, bella ciao, bella ciao ciao ciao
Wist ik dat over een paar dagen
Gent wat krullen missen zal.
 
O Aya huasca, O Murakami
O bella ciao, bella ciao, bella ciao ciao ciao
Ons Orfastisch Timfomaantje
't schoonste kontje van Germaanse.
 
Cuando te vayas, dónde sudamos?
O bella ciao, bella ciao, bella ciao ciao ciao
Tu compañera no te dejará
y los amigos lloraran. (x2)
 
Na negen maanden bloed, zweet en tranen
O bella ciao, bella ciao, bella ciao ciao ciao
Zou het ons niet meer verbazen
dat Bolivianen om krullen vragen.
 
Merci, liefjes, voor het mooie lied. Was helemaal geëmotioneerd!
 
Merci voor de warme berichtjes in het boekje!
 
En, last but not least, merci voor de giften voor de aankoop van tweedehandskledij. Binnen enkele maanden, na grondig onderzoek naar wie de kleren nodig heeft op deze koude hoogte, koop ik de kleren en neem een foto asls bewijsje) Mensen die alsnog willen steunen (5 euro is hier veel waard), kunnen iets storten op rekeningnummer 063-9375912-24 (Orfee Melsen) met vermelding 'tweedehandskleren'.
 
Updated 4/25/2008
Updated 3/13/2008
Updated 6/21/2007
Updated 5/24/2007
Updated 5/24/2007
Updated 3/22/2007
Updated 4/25/2007
Updated 2/7/2007
Updated 2/7/2007
Updated 2/1/2007
There are no music lists on this space.